Zondag 19 februari verzorgde Leo Adriaenssen in de Historische Salon, het zondagmiddagprogramma van het RHCe, een lezing over de invloed van Peel- en Kempenlandse vluchtelingen in den vreemde tijdens en na de Tachtigjarige Oorlog.
Door de vreemde overheersingen van het Spaanse en Staatse gezag tijdens de Tachtigjarige Oorlog, die vooral militaire en godsdienstpolitieke terreur brachten, vervreemdden inwoners van Kempenland en Peelland in rap tempo van hun leefomgeving. Eindhoven, Helmond en de omliggende dorpen waren niet meer leefbaar. Tussen 1570 en 1600 stierven velen van de honger en de daardoor veroorzaakte ziekten. Een deel van de bevolking sloeg op de vlucht en vestigde zich in den vreemde, in het tamelijk nabije Goch in het land van Kleef, en in Haarlem in het verre Holland.
Als vreemdelingen wisten de gevluchte Brabanders een onuitwisbaar stempel te drukken op het culturele en economische leven aldaar. Zo domineerden in Goch de vluchtelingen uit Eindhoven en omgeving tussen 1575 en 1585 de gereformeerde gemeente. Na 1585 werd de economische aantrekkingskracht van Haarlem sterker en verlieten veel Brabanders Goch om zich in Holland te vestigen of ze trokken rechtstreeks vanuit Peelland en Kempenland daarheen.
In Haarlem gaven met name Eindhovenaren en Bosschenaars een sterke impuls aan de linnenblekerijen, die wereldfaam kregen dankzij innovatieve technieken. Uit de Brabantse dorpen kwamen elk jaar seizoensarbeiders op de blekerijen werken. De Peel- en Kempenlandse immigranten bleven zichzelf generaties lang als bloedgroep onderscheiden van de autochtone Hollanders en de allochtone Vlamingen. Het centrum van Haarlem ging Brabants Kwartier heten en veel huisnamen herinnerden aan de herkomst van hun Noord-Brabantse bewoners.
Het duurde minstens een halve eeuw voor de gevestigde migranten voordat zij niet meer vreemd waren, dus niet alleen waren geïntegreerd, maar ook geassimileerd. De mobiele seizoenarbeiders daarentegen bleven zich nog eeuwenlang onderscheiden.
Over Leo Adriaenssen
Adriaenssen studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde, werkte in het onderwijs en als politieke en materiële belangenbehartiger voor vluchtelingen en vreemdelingen en promoveerde in 2007 aan de Universiteit van Tilburg als historicus op Staatsvormend geweld, over de overlevingsstrategieën van de bevolking van de meierij van Den Bosch tijdens de Tachtigjarige oorlog.

Staatse en Spaanse troepen in gevecht bij Eindhoven omstreeks 1600, auteur onbekend. Tekening uit de collectie van het RHCe.







