In maart 2006 werd een oude centrifugaalpomp van Begemann als industrieel monument in het stadsbeeld van Helmond teruggeplaatst. Deze plaatsing past prima bij de plannen van de gemeente om het industrieel erfgoed van Helmond meer nadrukkelijk in de stad zichtbaar te laten zijn.
De pomp heeft overigens al eerder in Helmond gestaan. In 1980 gebruikte de Koninklijke Nederlandse Machinefabriek voorheen E.H. Begemann de pomp tijdens de tentoonstelling Aquatech en daarna kwam zij te staan op het industrieterrein bij de serviceafdeling van Begemann. Met het verdwijnen van de afdeling pompen naar Blerick verlaat ook centrifugaalpomp 332 weer het Helmondse. Maar nu komt ze weer terug en wellicht is dat ook haar eindstation.
Over de vroegste geschiedenis van de pompenproductie bij Begemann heeft Giel van Hooff in 1999 een artikel geschreven in het blad Werkend Verleden in Helmond, dat uitgegeven wordt door de Stichting Industrieel Erfgoed Helmond. De pomp van het type 332 voor de Oud- en Nieuw Wateringveldsche polder wordt daar in niet beschreven omdat zij pas na die beginperiode gemaakt is. In het artikel wordt verteld hoe Begemann via de levering van stoominstallaties en ketels in aanraking kwam met de Engelse centrifugaalpompen en hij het belang zag van de groeiende markt voor die pompen. Nadat Begemann in 1882 werktuigbouwkundig ingenieur Grosjean heeft aangetrokken begint hij zelf met de productie van pompen. Wanneer dat precies is, blijkt nergens. Wel is bekend dat in 1885 een complete installatie, inclusief centrifugaalpompen wordt geleverd in Klundert. De pompen van Begemann bleken van goede kwaliteit. Het succes van de pompen maakte dat Begemann, behalve de unieke exemplaren ook pompen in serie ging vervaardigen. De pomp die vanaf deze week weer in Helmond te zien is van de serie 332. Wij kunnen u mooie foto’s laten zien van Begemann-pompen, maar U er nu een met eigen ogen aanschouwen. Daarom hierbij een cartoon die Begemann in het jaar 1980 heeft uitgegeven. Bij ontcijfering van de signatuur blijkt de tekening gemaakt te zijn door J. Cuijpers.
Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven.